Duurzame deelmobiliteit: Een zaak van de markt? …Of de overheid? | Haarlem Ons Buurtschap
1115
post-template-default,single,single-post,postid-1115,single-format-standard,bridge-core-2.1.9,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,footer_responsive_adv,qode-content-sidebar-responsive,transparent_content,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-20.6,qode-theme-bridge,disabled_footer_bottom,qode_advanced_footer_responsive_1000,wpb-js-composer js-comp-ver-6.1,vc_responsive

Duurzame deelmobiliteit: Een zaak van de markt? …Of de overheid?

“…Kan de markt dat niet beter?”
Is een door politici makkelijk gestelde vraag in Nederlandse raadskamers, wanneer er een idee wordt voorgesteld dat de mouw past aan een collectieve behoefte in de samenleving. Zó ook, m.b.t. duurzame mobiliteitsoplossingen die bewoners zelf aandragen om de druk op de leefruimte, en de verkeers- en parkeerdruk in Haarlem aan te pakken.

Vaak wordt er door de vraagsteller niet echt een antwoord verwacht, maar is de vraag een suggestie om het probleem aan pure marktwerking over te laten. De dingen lijken zo óf een zaak van de Markt, óf een zaak van de Overheid.
Maar… om wie gaat de zaak nu eigenlijk, wanneer het mobiliteitsproblematiek en de leefomgeving betreft?!

Een interessante long-read, vandaag gepubliceerd door De Correspondent, gaat geheel niet over mobiliteit, maar over wonen. Het artikel is in het bijzonder interessant, omdat het gaat over de missende schakel in de aanpak van (stads)problematiek: het initiatief van bewoners. En over wat er verloren gaat wanneer dat geen plaats krijgt.

In de inleiding:

“Sociale huurwoningen ontstonden ooit als initiatieven vanuit de gemeenschap, maar juist aan inspraak van bewoners ontbreekt het nu. Historicus Wouter Beekers laat zien wat er de afgelopen eeuw verloren is gegaan en waarom het belangrijk is bewoners zelf weer over hun eigen leefomgeving te laten beslissen.”

Het is geen toeval dat de behoefte van stadsbewoners aan betaalbare woonruimte en de behoefte aan mobiliteit in een prettige leefomgeving, sterke parallellen vertonen: Beide zaken voorzien in een collectief gedeelde, doch individuele behoefte, en beiden kunnen daarmee betracht worden als een onderwerp van overheidsregulering én van marktwerking. Is het daarmee de zaak van de één of de ander? En wat is de plaats van de bewoners eigenlijk in deze benadering…?!

In het artikel vertelt historicus Wouter Beekers hoe bewonersinitiatieven halverwege de 19e eeuw zorgden voor een beweging die de toenmalige huisvestingsproblematiek met succes beantwoordde: het ontstaan van de woningbouwcoöperaties. Bewoners richtten samen een coöperatie op, zochten een investeerder en een aannemer, kregen van de gemeente vergunning, en regelden onderling hun woonbehoeften en het onderhoud aan het gebouw. Betaalbaar wonen, gedeelde verantwoordelijkheid, gedeelde zeggenschap, betrokken bewoners. Tegen het eind van de 19e eeuw waren er zo´n 200 coöperatieve woonverenigingen opgericht door en in beheer van bewoners.

De historische ontwikkelingen in de woonsector laten ook zien hoe deze beweging veranderde door overheidsingrijpen, door de intrede van marktdenken en de verandering van coöperatie naar corporatie. En hoe bewoners daardoor meer en meer in een gedistantiëerde positie terecht kwamen van het oorspronkelijke initiatief. Een positie waarin zij niet meer betrokken konden zijn op het wonen, en het daardoor ook niet meer waren. In hun woonbehoefte ´verzorgd´ worden, maar er ook niets meer over te zeggen hebben.

“De financiering van de woningbouw en de controle erop door de overheid gingen zo ver dat bewoners niets meer zelf hoefden te doen, maar ook niets meer zelf mochten beslissen. Doorgeslagen staatssteun, vindt Beekers. Daardoor waren ze niet meer betrokken bij hun woningen en de corporatie die ze in bezit had.”

Wanneer we Beekers observatie betrekken op de buurt en onze leefomgeving, is dat precies wat we met vereniging van bewoners Ons Buurtschap aan de kaak stellen. Het initiatief en de energie van bewoners is nodig om mobiliteitsproblematiek op te lossen en om de buurt leefbaarder te maken. Dat kan niet zonder de betrekking en betrokkenheid van bewoners. De oplossingen voor veel (stads)problematiek en de collectieve behoeften die eraan ten grondslag liggen, zijn dus niet een zaak van óf de overheid, óf de markt, maar van én-én-én: Bewoners – Overheid – Markt.

Het artikel in De Correspondent mag over het onderwerp Wonen gaan, maar sommige parallellen met ons initiatief van bewoners om d.m.v. deelmobiliteit iets aan de toenemende druk op de leefomgeving te doen, zijn te sterk om ongenoemd te laten:

“Aan de motivatie van mensen om iets op poten te zetten, ligt het niet. En als de geschiedenis […] iets laat zien, is het wel dat burgerinitiatieven onze manier van wonen op zijn kop kunnen zetten. Maar dan moeten ze niet worden verdrukt door markt en staat. “

Laten we van stadsproblematiek niet een zaak van de één of de ander maken, maar samen voor de opgave gaan staan. Ons initiatief laat zien dat het kán. De bewoners in Ons Buurtschap zijn alvast welwillend om met marktpartijen en de gemeente samen de voorgestelde verbetering te brengen in de mobiliteitsproblematiek van Haarlem en de leefomgeving die erdoor onder druk staat.

Gemeente, sla met bewoners de handen ineen!